Al eerder schreven wij over de problemen omtrent de partijnaam Artikel 1 van Sylvana Simons. De Stichting Expertisecentrum Discriminatie (SED) verzocht Simons herhaaldelijk haar partijnaam te wijzigen omdat Simons met de naam Artikel 1 inbreuk op het merkrecht van de SED maakt. Bovendien leidt dit tot een aantasting van de neutrale niet-politieke positie, die noodzakelijk is voor het functioneren van het kenniscentrum en de anti discriminatie bureaus in het land. De partij van Simons kon de naam niet wijzigen omdat de partij aangaf daarvoor de geldelijke middelen niet te hebben.
Tenslotte stapte de SED naar de rechter om een uitspraak te vragen. Volgens de rechter heeft de SED al sinds 2007 recht op de naam Artikel 1 en de rechter is het met de SED eens dat de partij van Sylvana Simons inbreuk maakt op de rechten van de SED. De partij krijgt een maand de tijd om de naam de wijzigen.
De rechter zegt dat de rechtbank erkent dat een naamswijziging voor Artikel 1 zeer ingrijpende gevolgen heeft. De partij zal worden geconfronteerd met hoge kosten en kan niet langer profiteren van de inmiddels opgebouwde landelijke bekendheid. De rechter acht het verder aannemelijk dat Artikel 1 niet bewust heeft willen aanhaken bij de bekendheid van de naam Art. 1. Toch weegt dit alles niet op tegen het belang van de SED, welke het juridisch gelijk aan haar zijde heeft. De rechter legt een dwangsom op van €1000,- per dag als de naam niet wordt gewijzigd.
Onderzoek is erg belangrijk bij het in de markt zetten van een nieuwe naam. Onze adviseurs kunnen u hierover informeren.